Stropdas B'vo!!!


Erger nog dan een te dikke vrouw in een 'legging' is de man die zijn 
stropdas niet behoorlijk kan strikken. Hoewel ze beiden in gelijke mate 
bijdragen aan de verdere verslonzing van het Nederlandse straatbeeld, heeft 
de vette kont op de vette knot voor dat zij in een mode-artikel wordt 
gepropt, dat met veel bidden en vies kijken van voorbijgaande aard zal 
blijken. Ooit siert de afkledende, lange rok natuurlijk weer vanzelf de 
tweezits-damespoef.

De glimmende, verkeerd geknoopte knot daarentegen is schier onuitroeibaar 
en dient daarom doortastender te worden bestreden. Kijk eens rond op een 
willekeurige bedrijfsafdeling, of tijdens 'happy hour' in het stamcafe. 
Zijn het, zoals het vooroordeel wil, alleen de jongens van de postkamer, de 
vertegenwooridgers, of de meao'ers van de ordeverwerking die er met een 
scheef aangetrokken, polyester Mickey Mouse-das als een janjurk bij lopen?

Aan een volgens de regelen der kunst gestrikte das wordt steeds minder vaak 
een voorbeeld genomen. Een hele generatie laat het er letterlijk maar een 
beetje bij hangen, of haakt af naar de coltrui, het openstaande hemd, en 
nog huiveringwekkender: de 'choker'.
Het aantal in Nederland verkochte stropdassen is in de afgelopen twee jaar 
met bijna 20 procent gedaald. Heeft iedere Nederlandse man plotseling 
genoeg dassen? Het blijft een feit dat nog steeds een groot deel van de 
Nederlandse mannen niet eens weet hoe een das fatsoenlijk om de hals moet 
worden gevlochten. Nu in 1995 is het ineens onvermijdelijk geworden: bij 
vele kwaliteitsdassen wordt een handleiding toegevoegd waarmee de man, 
zonder tussenkomst van diens vrouw of zijn vader, in staat moet worden 
geacht zelf een 'Four-in-hand' dan wel een enkele of dubbele 'Windsor' te 
strikken. 
In een land waar de stropdassen van Lee Towers en Willibrord Frequin voor 
eigentijds-klassiek doorgaan, moet beschaamd worden geconstateerd dat 'men 
zich hier helaas niet zo goed weet te soigneren; men heeft er simpelweg het 
geld en de moeite niet voor over'.
Het is aan de bekende Nederlander om de toekomst van de goedgestrikte, van 
mooie stoffen gefabriceerde stropdas, veilig te stellen.
Mogelijk dat Frequin en Towers ook eens op Charles Groenhuijsen, Frits 
Bolkestein, Hans van Mierlo en Paul Witteman kunnen letten, opdat hun 
duidelijk wordt dat de Dicky-geknoopte frot onder hun adamsappel echt niet 
meer kan, zoals ze inmiddels ook moeten weten dat kinderkamerbehang weer 
gewoon op een kinderkamer hoort en dat het dessin van een stropdas om een 
heel ander gevoel voor goede smaak vraagt.

(Uit Volkskrant, WdJ, aangepast door KCJK)