CV-Jagers


Ik heb vaak angstdromen over de toekomst. Dan zit ik zwetend in een 
wachtkamer tussen honderd van die 
twee-studies-zes-talen-tachtig-hobby's-figuren 
van vierentwintig met eczeem tussen hun billen van het studeren, 
allemaal in de slag om een baan als postbode, en dan kan ik 
opflikkeren omdat mijn concurrent vloeiend Egyptisch spreekt.

Ik zie het al voor me: achter een groot wit bureau vol Prittstiften en meer 
van dat soort handige kantoorartikelen zit een fenomenale eikel met een 
joekel van een dasspeld. Ik zit naast zo'n Sperti-verslaafde baantjesjager 
aan de andere kant van het bureau, op mijn knieen, met een vingerhoedje 
slappe koffie in mijn hand. Voor mijn neus liggen twee velletjes papier, 
voor de zijne een brochure over z'n leven waarin hij uitvoerig verslag doet 
van iedere thema-avond voor besmette buddy's die hij organiseerde. En die 
eikel vraagt mij wat dat blanco velletje moet voorstellen. 
"Mijn cv", zeg ik.

Ik zit in de laatste ronde. Het gaat tussen mij en zo'n kruiperige 
cv-jager. We drinken een glas goedkope whisky. Het hoofd personeelszaken 
bestudeert de menukaart van saaie hobby's en onnozele functies die hem door 
de gladjakker wordt voorgeschoteld. Dan vraagt hij mij: "Is het waar dat U 
drie glazen bier in drie seconden kunt verwerken en op commando kunt 
overgeven?" Ik vertel hem dat ik ook spontaan braak als ik hoor van een 
interessante betrekking in een prettige werksfeer, waar iedereen elkaar op 
de werkvloer met kwaliteitsproducten en klantvriendelijke 
ondernemingsfilosofieen om de oren slaat. Dat ik bovendien uitstekend 
koffie kan drinken en uitblink in nietsdoen. Dat ik soms uren op bed lig te 
dromen, wachtend op de volgende dag. Dat ik beroemd en rijk wil worden, 
iets met tv of zo en dat deze baan me eigenlijk geen reet interesseert.

"En nog iets", zeg ik, nahijgend: "Heb je die kop van die vent gezien, zo'n 
gruwelijk schubbehoofd wil je toch niet in je bedrijf hebben? Dan lopen de 
klanten gillend weg, als ze al niet meteen in slaap vallen." We schudden 
elkaar de hand en met een gemene vuistslag sla ik mijn overgekwalificeerde 
rivaal tegen de grond. "Bravo, U lijkt me de geschikte man voor deze 
functie: met U kan ik tenminste een borrel drinken."

(Van Beau Noel, Cv-jagers, uit de SUM april 1995, blz. 15)